Signalen

Mooi woord. Als iets ons imponeert vult het ons met ontzag. Dit kan een mens zijn die indruk op ons maakt. “De atleet behaalde een imponerende overwinning”. Het kunnen ook woorden die ons hart raken: “de jonge man imponeerde zijn geliefde met een zelfgeschreven gedicht”.

Nooit eerder had ik de volgende uitdrukking gehoord: een gelovige is een ‘geïmponeerde’. Iets heeft beslag op ons gelegd. Kees van Ekris schreef daarover in zijn Paasbrief. Pasen en wat eraan voorafgaat kan ons daar weer bewust van maken. We volgden Jezus op zijn weg naar het kruis en hoorden van zijn opstanding.

Wat een ‘boost’ voor ons geloof!

Maar dat alles is nu weer voorbij. Ja, helaas. Maar je hoopt dat het nog door-echoot, zoals Ekris dat noemt. Dat het geen momentopname was. Ja, het waren weken waarin we opgeroepen werden meer tijd te nemen voor de omgang met God. Mogelijk nog onderstreept met vasten op welke manier dan ook. Maar dat wil niet zeggen dat we daar nou weer mee kunnen ophouden.

We zijn een gemeente die altijd veel aandacht geeft aan plannen maken en beleid. Dat is ook nodig, zeker als je een kerkgebouw kwijtraakt en een nieuwe wilt bouwen! Maar wat is het dan belangrijk dat we dan juist samen tijd voor gebed maken. Dat we in de eredienst gevoed worden en daar tijd voor nemen.

Ekris werd zich dit bewust toen hij bij een bijeenkomst Anselm Grün ontmoette, de bekende monnik. Hij vroeg hem hoe men leiding kan geven vanuit het geloof. “Dat is het door het geestelijk leven”, was het antwoord. “Als je ruimte houdt voor de omgang met God krijg je duidelijkheid voor wat je moet doen”. Typisch katholiek, dacht Ekris, leidinggeven komt bij hen voort uit de liturgie. Toch voelde hij zich aangesproken.

En wij?

Wie een nieuwe kerk wil bouwen, of andere plannen heeft weet nu waar hij zijn moet: in de zondagse eredienst. Door de week bij de gebedsgroep. Of met gevouwen handen bij een gemeentelid thuis.

Een paar weken geleden vroeg onze voorzitter mij een bijeenkomst over de nieuwe kerk te besluiten met gebed. Ik had daar wat moeite mee, de overgang van tekeningen en technische details naar woorden van gebed was groot, voor mijn gevoel. Die avond was er verder geen moment van liturgie.

En toch achteraf, denk ik dat het belangrijk is. Als wij niet ‘geïmponeerd’ zouden zijn door God en de weg die zijn Zoon is gegaan, waarom zouden we ons dan druk maken over een gebouw. Maar als Hij het is die ons in beweging zet, is alles van belang. Al is het de plek van de kapstokken!

Goed ook voor de werkgroepen dit vorm te geven in kleine bijeenkomsten. Een gebed of zelfs een lied hoort erbij! Bouwen doen we samen, samen met God! ‘Geïmponeerd’ geven we zijn huis met hart en ziel vorm!

Ds Dineke van de Wetering