Op zolder liggen spullen die al lang in mijn bezit zijn, maar zelden het daglicht zien. Nieuwsgierig open ik een zak. Er zitten poppenkleren in, zie ik, meer dan 50 jaar oud, want daarna heb ik er niet meer mee gespeeld. Kan weg dus. Maar dan zie ik in gedachten hoe mijn moeder dit jasje gebreid moet hebben. Ze zal een restje wol hebben opgezocht en een patroontje. Zeg nou zelf, dat kan ik toch niet weggooien, daar zit liefde in!
Jammer dat er geen kleren meer zijn die ze voor mij gemaakt heeft. Ik neem aan dat die naar andere kinderen zijn gegaan, want zo ging het in die tijd: wat de één niet meer nodig had, kon de ander goed gebruiken. Duurzaamheid, toen het woord nog niet was uitgevonden! Moeilijker is het, kleding wegdoen, die je zelf nog goed van pas komt. Waarom zou je ook. Je kunt toch niet in de kou gaan staan?
Ooit leefde er een man die Martinus heette. Hij was van rijke komaf. Maar hij vergat niet dat er mensen waren die het moeilijker hadden dan hij. Op een dag zag hij bij de poorten van de stad een bedelaar zitten, bleek van de kou. Zelf droeg hij een warme rode mantel, onderdeel van zijn legeruniform. Hij aarzelde niet en sneed met zijn zwaard de mantel in tweeën en gaf de helft aan de bedelaar. Ik dacht aan een woord van Jezus: ik was naakt en jullie hebben mij gekleed. De mensen reageerden verbaasd. Wanneer dan? Ze konden het zich niet herinneren. Jezus antwoordde: wat jullie voor een arme hebben gedaan, dat deden jullie voor mij! Ons woord ‘mantelzorg’ is ervan afgeleid. Zorgen voor een ander, dat doe je met liefde, zodat die ander warmte ervaart. Want als je alleen bent, in je moeiten, dan krijg je het net zo koud als die bedelaar.
Volgende week is het de dag van de mantelzorg. Niet toevallig de dag vóór Sint Maarten. Want net als Martinus hoeven mantelzorgers niets terug voor hun inzet. Maar het is wel fijn als het gezien wordt en gewaardeerd.
Terug naar de zolder. Ik houd het kleine jasje in mijn handen en aarzel. Weg doen of toch bewaren? De liefde van mijn moeder zit er in gebreid. En jaren later mocht ik voor haar zorgen toen ze mijn hulp nodig had. U begrijpt het al: het jasje gaat nog niet weg!


