Altijd een belangrijk moment van een sportwedstrijd: de start. Vooral als het op snelheid aankomt. Onlangs waren er atletiekwedstrijden in Birmingham. De lopers zie je dan klaar staan op de baan. De één trekt zenuwachtig zijn shirtje nog eens recht, de ander frummelt wat aan het haar. En dan, op de plaatsen, (schot!) gaan!
Wij staan als Regenboogkerk in de startblokken voor een nieuw seizoen. We popelen om te beginnen. Dingen moeten anders, nieuw, we kunnen niet wachten. Maar zoals iedere sporter ons kan vertellen: om goed te kunnen starten moet je juist kunnen wachten. Met schaatswedstrijden durf ik soms niet te kijken. Stil staan op de schaats moeten de deelnemers en het duurt zo lang voor ze weg mogen… Je wilt geen valse start veroorzaken.
Andrew Root schreef het boek : Wachten op God – vanuit geloof en geduld bouwen aan je gemeente. Hij pleit ervoor een wachtende kerk te zijn. Ja, dáág, dan kom je toch nergens. Maar we beginnen toch niet bij nul. Geef aandacht aan dit moment, aan deze mensen, zegt Root. Erop vertrouwend dat je zo de aanwezigheid van God ervaart. Want wachten is niet niets doen! Een wachtende kerk is een kerk van eredienst en gebed! Een kerk die bereid is om te ontvangen. De Geest komt niet over gehaaste mensen die op jacht zijn naar meer, zegt Root. “Blijf hier wachten” zijn de eerste woorden van Jezus tegen de kerk in wording.” Jullie zullen gedoopt worden met de Heilige Geest”.
Wachten is de tijd nemen om elkaar te ontmoeten en God te ontmoeten. Als we dat onthouden kunnen we ontspannen beginnen aan een nieuw seizoen en maken we geen valse start! Daarom dit gedicht: van Ds. Marloes Meijer:
Het is alweer te veel, het was een valse start, o Heer,
we wilden van alles, maar deden het niet,
het pogen te klein, de mensen te oud,
de plannen te groot, de dromen vervlogen,
de verwachte successen, die waren er niet,
enkel de ruzies, de vetes en het aloude zeer.
We zijn weer waar we eerder al waren,
geen meter vooruit, misschien zelfs wel terug.
Hoe moet het toch verder, met ons, uw gemeente,
hoe moet het toch straks, met uw komende rijk?
We hebben gewerkt en gedaan wat we konden,
maar nu, God, we kunnen niet meer.
De wind die eerst waaide, is nu uit de zeilen,
geen ademteug, briesje of geest die ons voortdrijft,
we kunnen de zeilen maar beter gaan strijken,
de haven als start- en einddoel benoemen,
en hier rustig blijven, in wind en in weer.
De lijnen gevierd en de zeilen gestreken,
geen heilig moeten of allerlei druk.
Deze rust, deze thuisplek en basis,
laat hier in de luwte beginnen uw rijk.
Amen
ds. Dineke van de Wetering


