Pasen: wat een feest! De kinderen zingen het zondag met ons. De Heer is waarlijk opgestaan. Waarlijk. Een woord dat we zelf niet meer in de mond nemen. Jij hebt waarlijk een mooie trui aan.. Het regent waarlijk hard. Mensen zouden ons vreemd aankijken. Maar gaat het over iets wondermoois als de opstanding, vind ik het toch wel passend. Het is een gebeurtenis die alles veranderd heeft. De dood is het niet langer het eindpunt. Dan is het toch niet onbelangrijk te weten dat het waarlijk, echt waar is.
Maar wie kun je vandaag de dag nog geloven? In de Kloosterkerk in Den Haag, hield de predikant vooraf aan de preek een gesprek met de kinderen. Hij wilde als voorbeeld iets vertellen over de tuinman die ooit bij zijn ouders werkte. Een man uit een ver, warm land. Hij begon zijn werk in de winter, alles was nog doods. Hij dacht, wat moet ik hier doen, hier is geen leven te bekennen. Maar in de lente keek hij zijn ogen uit. Mooi voorbeeld: wat dood was, komt tot onze verbazing weer tot leven. Goed gevonden!
Maar een jongetje zat al een tijd met zijn vinger in de lucht. De dominee gaf hem het woord. “Is dat echt gebeurd”, wilde hij weten, “met die tuinman, of heeft u dat zelf verzonnen?”. Gemeenteleden schoten in de lach. En toen moest de Paaspreek nog komen…
Tja, dat is de tijd waarin we leven. We leren de kinderen niet alles te geloven. In de krant stond een artikel over een stewardess die als influencer actief is op sociale media. Ze leidt een interessant leven, reist de halve wereld rond, maar is ook graag thuis. Een mooie verschijning, deze jonge vrouw, ook dat. Alleen… ze bestaat niet, ze is door AI vorm gegeven. En dan moeten wij geloven wat we lezen in een eeuwenoud boek, dat Jezus opstond uit de dood? Sterker nog, dat wij ook zullen leven door hem, nadat we gestorven zijn.
Dominee, heeft u dat zelf verzonnen? Gelukkig niet. Maar of we dat geloven, dat is aan ons. Jezus zei: “Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft. En ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven.” Geloof je dat?
Ds. Dineke van de Wetering


