Signalen

Een man op zijn sterfbed, omringd door familie. Een pastoor die plechtig een gebed uitspreekt. En daardoorheen… het geluid van een mattenklopper, want de vrouw die de huishouding bijhield was gekomen om de keuken nog één keer een goede beurt te geven. Zo beschrijft Leo Feijen een moment bij het afscheid van zijn vader. Niemand werd er boos om, integendeel, vader stierf terwijl het gewone leven doorging. Hij zou het prachtig gevonden hebben, denkt Leo.

In Oldehove, mijn eerste standplaats, liepen we te voet van de kerk naar de begraafplaats. Die route voerde langs de bushalte. Ik herinner me hoe onwerkelijk het op mij overkwam dat alles gewoon doorging. De bus kwam aanrijden, scholieren stapten uit, vrouwen met boodschappentassen aan de arm… En daarnaast gingen wij, de rouwstoet, zwijgend, onder de indruk van het afscheid.
Eenmaal buiten de dorpskern, lopend langs de weilanden, kwamen de koeien op ons af, nieuwsgierig als altijd, en staarden ons met grote ogen aan.

Mensen gaan dood, maar het leven gaat door. Doodgewoon. Zelfs op plekken waar de dood in meervoud zijn werk gedaan heeft, tussen de puinhopen van gebombardeerde steden, spelen kinderen en hangen vrouwen de was op. We zijn sterker dan we denken. Maar vergis je niet, wat aan de ene kant de gewoonste zaak van de wereld is, is tegelijk onaanvaardbaar. Dat mensen van wie wij zielsveel houden er niet meer zijn… dat moest toch verboden worden. Dat is bijna onmenselijk.

In Psalm 103, die we in de gedachtenisdienst gaan lezen, staat één woord dat alles anders maakt. MAAR.. Gras verwelkt, bloemen vallen af, mensen sterven… doodgewoon. MAAR de Heer is trouw.

Daar moeten we het van hebben, van dat MAAR. Ja, wij zijn sterfelijk, ja dat is feitelijk dood gewoon. MAAR, wij wennen er niet aan. Wat een geluk dat op de onvermijdelijke eindigheid van ons bestaan de eeuwig trouw van God een weerwoord heeft.

AMvdW