Opvang van Rohingya-vluchtelingen in Bangladesh

Verslag van een hulpverlener:

“Je moet je voorstellen dat er van de ene op de andere dag ineens 700.000 mensen aankomen op een veld waar helemaal niets is, waar geen voorzieningen zijn, niets is om mensen onder te brengen. Je moet dan in no time een complete stad uit de grond stampen. Het is een race tegen de klok, omdat je wil voorkomen dat mensen ziek worden, er ziektes verspreiden, of erger, dat mensen overlijden. Pas als alle noodzakelijke hulp geboden is, en iedereen in veiligheid is gebracht, kan je meer vooruit kijken.

In het begin weet je bijvoorbeeld niet hoe lang het geweld in een land aanhoudt, wanneer mensen weer veilig terug kunnen naar huis. Twee jaar na de enorme vluchtelingenstroom is de veiligheid voor Rohingya’s in Bangladesh nog niet gegarandeerd dus zoeken we naar meer duurzame oplossingen voor de mensen zoals bijvoorbeeld de watervoorziening.In het eerste jaar voerden we continu water aan via vrachtwagens, terwijl er tijdens de moesson een overvloed is aan water dat niet wordt gebruikt. Een van de oplossingen voor dit jaar is nu dat we met de aanleg van dammetjes zoveel mogelijk water reserveren voor het dagelijks gebruik in het kamp. Dat scheelt veel geld voor de vrachtkosten, en is bovendien duurzamer en milieuvriendelijker.

We hebben mensen gevraagd naar wat voor hen werkt en wat niet. Schoon water, hygiëne en sanitaire voorzieningen zijn belangrijke onderdelen in het leven van vluchtelingen. Niet alleen om te voorkomen dat mensen ziek worden, maar ook voor hun waardigheid. Daarom zijn we nu bijvoorbeeld toilet- en douchegebouwen aan het bouwen. We maken daarin onderscheid tussen mannen- en vrouwen-gebouwen. De deuren worden voorzien van sloten om privacy redenen, en voor de veiligheid van vrouwen en meisjes. Het lijkt simpel, maar dit zorgt voor een enorm verschil in het leven van de mensen hier.

Ik blijf het bijzonder vinden dat ondanks wat de mensen allemaal hebben meegemaakt, ze blijven lachen. Laatst nog nodigde een vluchteling mij uit om bij hem thuis samen met zijn gezin te lunchen. En dan hoor je ineens hun verhaal. De man vertelde hoe hun dorp werd overvallen, de huizen plat werden gebrand en hij met zijn drie kinderen de jungle in rende. Ze hebben dagen gelopen en kwamen uiteindelijk hier en zijn zo blij dat ze nu veilig zijn. De verschrikkelijke ervaring van geweld nemen ze hun hele leven mee. En toch gaan ze door en proberen ze er wat van te maken. Dat raakt me. Het zijn mensen zoals jij en ik. Dit had ons ook kunnen overkomen. Het leven kan ineens op zijn kop staan. Op zo’n moment willen wij ook snel worden geholpen. We moeten deze mensen niet vergeten.”